Afgelopen maand reisden we met een team van Frontlinie Nederland naar Colombia. Daar ontmoetten we pastors, kerkleiders en christenen die dagelijks leven en dienen onder grote druk.
Vaak denken we bij vervolging aan christenen die niet naar de kerk mogen of hun geloof niet openlijk mogen belijden. In Colombia ligt dat vaak anders. Zoals één van de voorgangers het verwoordde: "Wij mogen wel christen zijn, maar niet als christen leven."
Juist wanneer christenen vanuit hun geloof keuzes maken, komen zij onder druk te staan. Wanneer ze zich uitspreken tegen geweld of weigeren mee te werken aan drugshandel. Wanneer ze kinderen willen beschermen tegen rekrutering door gewapende groeperingen. In veel gebieden geldt: wie niet meewerkt met gewapende groeperingen, wordt al snel gezien als tegenstander.
De prijs van christelijk onderwijs
In de meer inheemse gebieden van Colombia hebben christenen te maken met uitsluiting en vervolging wanneer zij ervoor kiezen Jezus te volgen. Van hen wordt vaak verwacht dat zij blijven deelnemen aan traditionele rituelen, ceremonies en vormen van voorouderverering. Wie daaraan niet meedoet, wordt gezien als iemand die de gemeenschap en haar tradities afwijst.
Ook het onderwijs in deze gebieden staat vaak sterk in het teken van de cultuur en rituelen van de stam. Ouders die hun kinderen christelijk willen opvoeden, lopen daardoor regelmatig tegen moeilijkheden aan. Hun kinderen worden gepest, krijgen onterecht slechte cijfers of moeten onnodig een schooljaar overdoen. En vaak stopt het daar niet. Kinderen en hun ouders worden onder druk gezet en bedreigd.
De gevolgen daarvan zagen we onder meer bij een pastor die samen met zijn vrouw een christelijke school oprichtte. Ze wilden een plek creëren waar hun eigen kinderen en die van andere christelijke gezinnen onderwijs konden ontvangen zonder gedwongen te worden deel te nemen aan rituelen die in strijd waren met hun geloof.
Vanuit de gemeenschap kwam veel weerstand. Ouders die hun kinderen naar zulke scholen stuurden, werden vals beschuldigd, bedreigd, opgepakt en in sommige gevallen zelfs gemarteld. Ook het echtpaar dat de school oprichtte, kreeg veel te verduren. Het gezin werd jarenlang gepest en bedreigd. Uiteindelijk werd hun 17-jarige dochter vermoord.
Ondanks dit onvoorstelbare verlies hebben zij er bewust voor gekozen om te blijven. Vandaag dienen zij nog steeds de christelijke gemeenschap in hun regio.
De wet van het zwijgen
Ook spraken we een pastor wiens broer door een gewapende groepering werd vermoord. Hij weet wie hiervoor verantwoordelijk is. Sterker nog, achteraf bleek dat zelfs iemand uit zijn eigen kerk vooraf signalen had opgevangen dat er gevaar dreigde. Maar uit angst voor de gevolgen durfde niemand iets te zeggen.
In zijn omgeving geldt de "wet van het zwijgen". Mensen weten vaak meer dan zij durven uitspreken, want wie praat, loopt risico. Zelfs jaren later kan hij niet openlijk spreken over wat er is gebeurd of wie er verantwoordelijk was. De angst en het gevaar zijn nog altijd te groot.
Voor hem en zijn vrouw was dit de eerste keer dat zij hun verhaal met anderen deelden. Nog nooit hadden zij zich veilig genoeg gevoeld om hierover te praten. We mochten luisteren, hen omhelzen en samen met hen bidden. Het was een bijzonder en waardevol moment.
Jarenlang hadden zij dit verdriet en deze pijn met zich meegedragen, wat ook zijn weerslag had op hun gezondheid. Na het gesprek, de tranen en het gebed vertelden ze dat er een last van hun schouders was gevallen. Het was alsof ze eindelijk weer even vrijuit hadden kunnen ademen. Ze voelden zich lichter dan ze zich in lange tijd hadden gevoeld.
Het is haast niet voor te stellen wat het betekent om jarenlang met zo'n verlies te leven, terwijl je weet wat er is gebeurd, maar daar met bijna niemand over kunt spreken.
Woorden schieten tekort
Deze ontmoeting maakte diepe indruk op ons. Tegelijk merkten we tijdens de reis steeds weer hoe moeilijk het is om deze verhalen door te vertellen. Welk verhaal kies je als er zoveel zijn? Hoe doe je recht aan het verdriet en de pijn die mensen hebben meegemaakt, maar ook aan hun geloof en volharding?
Soms voelt het alsof woorden tekortschieten. Wat we hier delen is slechts een kleine indruk van alles wat we hebben gehoord en gezien, maar hopelijk geeft het iets weer van de werkelijkheid waarin veel van onze Colombiaanse broeders en zusters leven.
Bemoedigd door elkaars geloof
Voorafgaand aan de reis hebben de deelnemers geld ingezameld voor het werk in Colombia. Dankzij die steun konden we meerdere trainingen verzorgen voor pastors en kerkleiders. De behoefte aan Bijbels onderwijs is groot. Leiders verlangen ernaar om te groeien in hun kennis van Gods Woord en beter toegerust te worden voor hun bediening.
Daarnaast konden we iedere deelnemer een studiebijbel geven. Voor veel van hen is toegang tot goed studiemateriaal allesbehalve vanzelfsprekend. Juist daarom is een studiebijbel voor velen van grote waarde voor hun persoonlijke geloofsleven en bediening.
Hun geloof en volharding maakten diepe indruk op ons. Tegelijk hielden deze ontmoetingen ons ook een spiegel voor. Wij leven in vrijheid. We kunnen samenkomen, een Bijbel bezitten en openlijk over ons geloof spreken. Dat is voor veel van onze broeders en zusters niet vanzelfsprekend.
Maar deze reis liet ons ook opnieuw zien hoe belangrijk het is om werkelijk één kerk te zijn. Keer op keer merkten we hoeveel het voor onze Colombiaanse broeders en zusters betekent om gezien en gehoord te worden. Om te weten dat zij niet alleen staan. Dat er aan de andere kant van de wereld christenen zijn die voor hen bidden, met hen meeleven en betrokken zijn op hun situatie.
Voor veel christenen in Colombia heeft het volgen van Jezus een prijs. Hun verhalen herinneren ons eraan dat het christelijk geloof meer is dan een overtuiging; het bepaalt ook hoe je leeft. Juist daarin ligt de kern van de druk waarmee velen dagelijks worden geconfronteerd. Tegelijk mochten we zien hoe God hen vasthoudt en hoe hun geloof, ondanks alles, standhoudt.
Hun verhalen laten ons nadenken over de vraag hoe wij omgaan met de vrijheid die God ons heeft gegeven. Durven wij in onze eigen omgeving zichtbaar te zijn als volgelingen van Jezus? Durven wij te spreken over ons geloof? Vaak vraagt dat van ons vooral moed om uit onze comfortzone te stappen. Voor onze broeders en zusters in Colombia kan diezelfde keuze veel meer kosten.
Paulus schreef aan de christenen: "Ik verlang ernaar u te zien (...), om in uw midden samen bemoedigd te worden door elkaars geloof, zowel dat van u als dat van mij" (Romeinen 1:11-12).
Dat is precies wat we in Colombia mochten ervaren. We gingen om te bemoedigen, maar werden zelf minstens zo bemoedigd. Juist daarin zagen we iets van wat het betekent om één lichaam van Christus te zijn: er te zijn, voor elkaar te bidden en elkaar eraan herinneren dat niemand alleen hoeft te staan.





